Cookies

Deze website gebruikt cookies waarmee wij het gedrag van bezoekers analyseren en onze website verbeteren. Als je verdergaat op onze website gaan we ervan uit dat je dat goed vindt. Voor meer informatie zie onze Cookie policy

Datacenter Universiteit Maastricht gevestigd in telecom- & datatoren Cellnex

‘Onze onderzoekers willen grip houden op hun gegevens’

De Universiteit Maastricht koos de telecom- & datatoren in ‘eigen stad’ als locatie voor haar nieuwe primaire datacenter. Bij die keuze is rekening gehouden met nabijheid, duurzaamheid, continuïteit en flexibiliteit. Peter Verheijen: ‘Er is met ons meegedacht.’

Data zijn de levensader voor universiteiten. Een zo waardevol goed wil je op een veilige plek bewaren. Op dat punt kon het tot voor kort beter bij de Universiteit Maastricht, vertelt afdelingshoofd ICTS Operations Peter Verheijen. “Wij beschikten over twee computervloeren in onze locaties in de stad. De kwaliteit van die ruimtes was niet meer in lijn met de groeiende ambities van de universiteit. Zo ontbrak het bijvoorbeeld aan noodstroomvoorzieningen omdat je in de binnenstad niet mag werken met aggregaten.” Grote incidenten zijn uitgebleven, maar de situatie was niet langer wenselijk. Een extern bureau werd gevraagd een onderzoek uit te voeren. “Daar kwam uit dat eigenlijk slechts één van onze vloeren geschikt was, maar dan als secundair datacenter.” De beste oplossing was de data onder te brengen bij een extern datacenter. Maar het liefst wel een die dichtbij was gevestigd. Verheijen: “Wij wilden onze eigen apparatuur plaatsen. Voorlopig hebben we nog heel veel systemen in eigen beheer, inclusief de hardware.” De opslag dichtbij was ook een wens van veel van de universitaire onderzoekers. “Zij willen graag grip houden op hun data door ze in hun fysieke nabijheid te houden. Soms hebben ze die nog onder hun eigen bureau.”

 

Geld besparen

De Universiteit Maastricht ging dus op zoek naar een in de directe omgeving gevestigd datacenter dat continuïteit kon bieden. En dat waren niet de enige eisen. Aansluitend op de strategie van de universiteit moest de nieuwe locatie ook hoge ogen gooien op het gebied van duurzaamheid. Het uitgangspunt daarbij was een PUE-waarde van 1,2 of lager. Volgens Verheijen is dat net zo goed verstandig uit oogpunt van kosten: “Het stroomverbruik van een datacenter is hoog. Je kunt veel geld besparen als je goed op het energieverbruik let.” Ook wat betreft dataveiligheid en privacy lag de lat voor de nieuwe locatie hoog. De universiteit zet vol in op deze thema’s. De ambitie reikt daarbij verder dan voldoen aan de wettelijke eisen, zoals die vastgelegd zijn in de recente Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). “We willen als eerste universiteit in Nederland aan de FAIR-principes voldoen. Het idee daarvan is dat data vindbaar, toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar moeten zijn.”

 

Klik

Uiteindelijk konden twee kandidaten aan de door Universiteit Maastricht gestelde eisen voldoen. Daarvan viel de keuze op Cellnex (toen nog: Alticom). Verschillende factoren speelden hierin een rol, zoals de prijs en de klik met de mensen van Cellnex, vertelt Verheijen. En ook de locatie, de telecom- & datatoren in de wijk Daalhof in Maastricht, viel in de smaak. “Je kunt het datacenter vanaf de universiteit met de fiets bereiken.” De locatie ligt dicht bij de binnenstad en kan de zekerheid bieden van continue levering van energie. De telecom- & datatorens van Cellnex zijn namelijk onderdeel van de Nederlandse noodinfrastructuur. Ze zijn door de hoge ligging ook goed beschermd tegen overstromingen. Het datacenter in de telecom- & datatoren is nu het primaire datacenter van de universiteit. Verheijen is blij met de overgang. De volledige ‘nieuwbouw’ bood de kans om alles robuuster uit te voeren en te gaan werken met nieuwe netwerktechnologie. Bij het inrichten van het datacenter is goed meegedacht, aldus Verheijen: “Zo hielp Cellnex ons met het voorbereiden van de bekabeling waardoor het relatief gemakkelijk is om veranderingen aan te brengen.”

 

Hoog niveau

Met het nieuwe datacenter heeft de universiteit een belangrijke stap gezet in de realisatie van een state of the art IT-infrastructuur. En mocht uitbreiding nodig zijn, dan is dit relatief eenvoudig te realiseren. Dat het snel gaat groeien, is geen denkbeeldig scenario. Digitale data dijen steeds verder uit. Terugkijkend is de dataopslagbehoefte van Maastricht University de afgelopen vijf tot tien jaar zeer sterk gegroeid. Verheijen: “Dat komt onder meer door nieuwe en opkomende vakgroepen in data science maar ook in de biomedische hoek. Daar wordt bijvoorbeeld veel met MRI-scans gewerkt. Deze onderzoeksgroepen genereren en verwerken heel veel data.”

Het nieuwe datacenter draagt bij aan het hoge niveau in dataveiligheid en privacy dat de universiteit nastreeft. Verheijen: “We kunnen dingen strakker regelen dan toen het datacenter in de universiteit was gevestigd. Zo is het toegangsbeleid strikter geworden. De eigen ‘private floor’ op een verdieping in de toren is alleen toegankelijk voor een select groepje mensen dat bij de universiteit werkt. Een ander voordeel is dat we nu 24 uur per dag support hebben. Die dingen waren bij interne vestiging in de universiteit minder gemakkelijk te realiseren. Het niveau waarop we het nu hebben geregeld, sluit weer aan op het belang dat wij aan data hechten.”